Een stukje geschiedenis

In Gent, om precies te zijn. In 1857 besloten verschillende handelsgilden hun krachten te bundelen om bepaalde rechten op te eisen. Daaruit ontstonden de Broederlijke Wevers en de Noodlijdende Broeders.

Sindsdien zijn de vakbonden in ons land alleen maar sterker geworden. Vandaag kennen we drie nationale vakbonden: het ACV (de christelijke vakbond), het ABVV (de socialistische vakbond) en het ACLVB (de liberale vakbond). Met bijna 50% van de leden is de christelijke vakbond zonder twijfel de grootste, gevolgd door de socialistische vakbond met 35%. Op verzoek van de vakbondsorganisaties moeten in elk bedrijf met minstens 50 werknemers, waarvan minstens 25% aangesloten is bij een vakbond, vakbondsdelegaties worden opgericht. Niet onbelangrijk is dat iedere werknemer vrij mag kiezen of hij zich al dan niet bij een vakbond aansluit.